Vermogensuitgang airconditioning DDE 4.1

De compressor voor de airconditioning wordt door de regeleenheid verwarming en airconditioning in- en uitgeschakeld. De DDE-regeleenheid ontvangt van de regeleenheid verwarming en airconditioning de melding of de toets van de airconditioning ingedrukt is. Als de compressor van de airconditioning moet worden ingeschakeld, controleert de DDE-regeleenheid of omstandigheden aanwezig zijn die het inschakelen van de compressor niet toelaten en wordt een overeenkomstige melding naar de regeleenheid verwarming en airconditioning gestuurd. Het inschakelen van de compressor voor de airconditioning wordt onder de volgende voorwaarden door de DDE-regeleenheid geblokkeerd:

Handeling bij storing

De draad tussen de DDE-regeleenheid en de regeleenheid verwarming en airconditioning wordt op onderbreking en kortsluiting gecontroleerd. Bij een defect wordt de storing 3515 "Vermogensuitgang airconditioning" in het geheugen opgeslagen.