Injectoren DDE 4.1

De injectoren worden continu belast met de in de rail heersende brandstofdruk. Pas door de elektrische aansturing door de DDE-regeleenheden wordt de brandstof in de verbrandingskamers gespoten.

Handeling bij storing

De elektrische bedrading naar de injectoren alsmede de spoelen in de injectoren worden op kortsluiting en onderbreking gecontroleerd. Als een mechanische storing in een injector wordt vermoed, moet het rustig draaien van de motor worden gecontroleerd. In geval van een elektrische storing worden afhankelijk van de betreffende injector de volgende storingen in het geheugen opgeslagen:

Attentie: Als een storing met het storingstype "Stroom aan high side te hoog" of "Stroom aan low side te hoog" optreedt, is de storing weliswaar toegekend aan een injector, de storingsoorzaak kan echter op grond van de gemeenschappelijke kabel (U_MVxx, voor steeds één cilinderbank) in een willekeurige kabel van de twee cilinders van de betreffende cilinderbank aanwezig zijn.

Gevolgen:

Bij de storingsoorten "Stroom op High Side te hoog" en "Stroom op Low Side te hoog" slaat de motor af, bij de storingsoort "Lastafval" (onderbreking bedrading) draait de motor door, als het hier om niet meer dan één injector gaat.