De volgende componenten behoren tot het common-railsysteem en beïnvloeden de raildrukregeling:
De raildruk wordt tijdens het starten van de motor en tijdens het draaien hiervan door een vergelijking van de richtwaarde en de actuele waarde gecontroleerd. De raildruksensor zendt de actuele waarde naar de DDE. De richtwaarde wordt door de DDE afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden berekend. Als de DDE een ontoelaatbare afwijking van de raildruk t.o.v. de richtwaarde vaststelt, worden de storingscodes 1190 en 1191, ”Raildrukregeling” in het geheugen opgeslagen.
Een ontoelaatbare afwijking van de raildruk ten opzichte van de richtwaarde kan de volgende oorzaken hebben:
Vanaf DDE-software-versie 44 (productiebegin vanaf 07/2000) wordt bij het optreden van de storingscodes 1190 en 1191 de DDE-controlelamp aangestuurd. Tevens wordt storingscode 1612 ”DDE-controlelamp aangestuurd” opgeslagen. Deze code betekent slechts dat de DDE-controlelamp wegens een storing in de raildrukregeling werd aangestuurd.
Als de DDE een ontoelaatbare afwijking van de raildruk detecteert, kan de motor niet worden gestart, c.q. slaat de motor af.