In de M67 wordt met twee regeleenheden gewerkt (Master en Slave genoemd), die via een "private" CAN-bus met elkaar verbonden zijn.
De regeleenheden zijn vergelijkbaar met die van de DDE 4.0 met moduulstekkers uitgevoerd. Omdat de hardware van de regeleenheden identiek is, echter met verschillende datasets geprogrammeerd zijn, is het starten van de motor bij het verwisselen van de stekkeraansluitingen niet mogelijk.
De beide regeleenheden zijn ook voor de privé CAN-bus voorzien van afsluitweerstanden van 120 ohm.
Als een defect op de privé CAN-bus wordt gedetecteerd, worden de storingen 0600, 0601, "CAN-bus privé" in het geheugen opgeslagen. Tengevolge van de storing blijft de motor werken met vier cilinders, na het afzetten kan hij echter niet meer worden gestart.