Voor de traploze bediening van de luchtuitstroomkleppen zijn twee elektrische servomotoren bestaande uit een stappenmotor en een overbrengingsmechanisme gemonteerd.
Eén motor neemt daarbij de verse-lucht-, resp. luchtrecirculatiefunctie d.m.v. twee wissels in de luchtaanzuigkast waarop hij op één van de assen is gemonteerd, over. De andere kant wordt met een instelbaar koppelstangenstelsel bediend.
De aansturing van de overige luchtuitstroomkleppen gebeurt met twee door de andere motor aangedreven geleideschijven. In de éne geleideschijf zijn de beide stangenstelsels voor de uitstroomopeningen voor de beenruimte/het achtercompartiment in aangrijping, terwijl via de andere geleideschijf de bowdenkabels voor de ontdooiing en ventilatie lopen.
De verdelingskleppen worden door een van het middelste rooster komende bowdenkabel mechanisch via een hefboom bediend.