De hydraulische eenheid bevindt zich tussen de opvoerplunjereenheid en de wielremcilinder.
Zij moduleert de remdruk tijdens een ABS-regelremming en stuurt, resp. regelt de remdruk bij een een ASC- of DSC-regeling.
In principe komen opbouw en functie van de hydraulische eenheid overeen met die van de ABS/ASC5.
Op basis van de eventuele rembeÏnvloeding op de vooras tijdens een DSC-regeling moest een extra omschakelklep en een opvoerklep worden aangebracht.
In het huis zijn dan ook geÏntegreerd:
Op alle kleppen staat bij ingeschakelde klem 15 12 volt spanning en de kleppen worden in geval van een regeling door regeleenheid naar massa geschakeld.
Stroomloos zijn de 4 inlaatmagneetkleppen en de 2 omschakelkleppen geopend, de 4 uitlaatkleppen en de 2 toevoerkleppen gesloten.
De retourpomp wordt via een elektromotor aangedreven die in geval van een regeling via het ABS-motorrelais van spanning wordt voorzien.
Tijdens een ABS-regeling pompt de pomp de in de drukafbouwfase afgetapte remvloeistof terug in de hoofdremcilinder.
Bij een ASC- of DSC-regeling met beÏnvloeding van de remmen zorgt zij voor de benodigde remdruk.
De retourpomp heeft slechts één draairichting, zowel bij een ABS- alsook bij een ASC/DSC-regeling.
Als de pomp tijdens een ASC/DSC-regeling remdruk moet opwekken, moet de omschakelklep worden gesloten en de toevoerklep worden geopend.
Via de geopende opvoerklep zuigt de pomp de remvloeistof aan en pompt haar daarna naar de wielremcilinders waarin de benodigde remdruk moet worden opgebouwd. Via de gesloten omschakelklep wordt de systeemdrukopbouw gewaarborgd.
Een in elk van de beide omschakelkleppen geÏntegreerde, hydraulisch bediende drukbegrenzingsklep voorkomt dat bij een ASC/DSC-regeling de opvoerdruk van de pomp oploopt tot boven de 161 (+/-25) bar.