Wanneer de gasklep gesloten is en het motortoerental boven ca. 800/min, dan wordt voor het verminderen van het verbruik de uitloopafschakeling geactiveerd. De DME schakelt de inspuiting uit en verschuift de contacthoek in de richting laat, tot het toerental beneden het wederopname-toerental is gedaald. Beneden dit toerental wordt de inspuiting weer gestart, en de contacthoek loopt weer in de richting vroeg. Het wederopname-toerental is afhankelijk van de motortemperatuur en de daling van het toerental.