De temperatuur-regeling gebeurt met behulp van een elektronica volgens de reheatprocedure. De aangezogen lucht wordt met ingeschakelde airco op een constante waarde afgekoeld en dan op de door de gebruiker ingestelde temperatuur weer opgewarmd. De temperatuurkeuze voor de linker en rechter achterpassagier kan onafhankelijk van elkaar worden ingesteld. Voor de regeling baseert de elektronica zich op twee temperatuursensoren, de interieur- en de verdampertemperatuursensor. Bovendien worden de buiten- en de koelwatertemperatuur via de K-bus doorgegeven.
Voor de temperatuur-regeling zijn de volgende componenten verantwoordelijk:
Motor ventilatieklep:
Motor beenruimteklep:
De luchtverdelings-instelling wordt via een luchtverdelings-potentiometer door de FHK geregistreerd en deze beÏnvloedt de uitstroomtemperatuur aan de ventilatieroosters met de ingestelde waarde. De lucht uit het hogere ventilatierooster is dan bijv. koeler als de lucht uit het ventilatierooster voor de beenruimte.