Waarschuwingslampen |
Benodigd signaal |
|---|---|
Algemene waarschuwingslamp remsysteem |
Weerstandswaarde van de remblokslijtagesensor of remvloeistofniveaumelding via de K-bus van de lichtcontrolemoduul |
Handremcontrolelamp |
Massa van de handremschakelaar (parkeerrem) |
Veiligheidsgordelcontrolelamp |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Brandstofreservelamp |
Weerstandswaarde van de beide hefboomopnemers (analoge ingang) |
Richtingaanwijzercontrolelampen |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Mistlampcontrolelamp |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Mistachterlichtcontrolelamp |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Grootlichtcontrolelamp |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Oliedrukcontrolelamp |
Massa van de oliedrukschakelaar |
Oliepeilwaarschuwingslamp |
K-busmelding van lichtcontrolemoduul |
Te hoge koelvloeistoftempertuur (rood) |
Weerstandswaarde van koelvloeistoftemperatuursensor (temperatuursafhankelijke weerstand)/ toerentalsignaal TD van motorregeleenheid (afhankelijk van de gecodeerde motorvariant wordt het signaal via een afzonderlijke draad of door de CAN-bus gelezen) |
Luchtvering |
K-busmelding van luchtveringsregeleenheid |
Laadstroomcontrole |
D+ klem 61 van dynamo |
ABS-controlelamp |
Signaal van antiblokkeersysteemregeleenheid |
Airbagcontrolelamp |
Signaal (massa) van airbagregeleenheid |
Katalysatorcontrolelamp |
Signaal (massa) thermoschakelaar exportuitvoering Japan |
Check engine (uitlaatgaswaarschuwingslamp) |
Signaal (massa) van motorregeleenheid |
Voorgloeicontrolelamp (diesel) |
Signaal (massa) van motorregeleenheid |
Snelheidsregelaar controlelamp |
Signaal (massa) van regeleenheid voor snelheidsregeling |
ASC-regeling onderstel |
Signaal (massa) van ASC-regeleenheid |
Storing - automatische transmissie |
Informatiekabel van regeleenheid automatische transmissie |
Algemeen: De achtergrondverlichting van alle waarschuwingslampsymbolen alsmede de steeds ingeschakelde rijstand bij automatische transmissie met het hier bijbehorende rijprogramma wordt verzorgd door lichtdiodes.
Algemene waarschuwingslamp remsysteem: De waarschuwingslamp kan door de licht-check-moduul (LCM) worden ingeschakeld, als bijvoorbeeld het remvloeistofniveau door de LCM als te laag wordt herkend of als het instrumentenpaneel herkent dat de remblokslijtagelus naar massa is onderbroken. De controlelamp wordt ook na ontsteking "AAN" als functiecontrole (Pre-Drive-Check) ingeschakeld en gaat uit, wanneer een motortoerental van minimaal 400 1/min wordt overschreden.
Veiligheidscontrolelamp: De veiligheidscontrolelamp wordt afhankelijk van de codering aangestuurd. Voor voertuigen zonder gordelslotcontact wordt deze gedurende ca. 6 seconden na aansluiting 15 "AAN" ingeschakeld.
Bij voertuigen met een gordelslotcontact wordt de controlelamp vanaf aansturing 15 "AAN" door een overeenkomstig K-bustelegram van de lichtcontrolemoduul (LCM) ingeschakeld totdat het gordelcontact is geopend (veiligheidsgordelslot ingeklikt).
Brandstofreservelamp: De brandstofreservelamp wordt niet door een reservecontact in het tankvlotterelement geschakeld. Hij wordt afhankelijk van de tankinhoud door vergelijking met een reservedrempelwaarde geschakeld.
Als informatie voor de motorregeling wordt het signaal "Tankreserve" uitgegeven. Dit is gekoppeld aan de tankreservewaarschuwingslamp en wordt als controle op de werking bij het inschakelen van klem 15 (Pre-Drive-Check) ca. 2 seconden ingeschakeld.
Richtingaanwijzercontrolelampen: De richtingaanwijzercontrolelampen worden via een overeenkomstige I-bustelegram van de licht-check-moduul (LCM) aan het combi-instrument elektronica (IKE) geschakeld.
Mistlampcontrolelamp: De mistlampcontrolelamp wordt via een respectievelijk I-bustelegram van het licht-check-moduul (LCM) aan het combi-instrument elektronica (IKE) geschakeld.
Mistlampcontrolelamp: De mistlampcontrolelamp wordt via een respectievelijk I-bustelegram van het licht-check-moduul (LCM) aan het combi-instrument elektronica (IKE) geschakeld.
Grootlichtcontrolelamp: De grootlichtcontrolelamp wordt via een respectievelijk I-bustelegram van het licht-check-moduul (LCM) aan het combi-instrument elektronica (IKE) geschakeld.
Oliepeilcontrolelamp De oliepeilcontrolelamp wordt via een respectievelijk K-bustelegram van het licht-check-moduul (LCM) aan het combi-instrument elektronica (IKE) geschakeld.
Als controle op de werking wordt bij het inschakelen van klem 15 (Pre-Drive-Check) de waarschuwingslamp gedurende 2 seconden ingeschakeld.
Luchtvering: De waarschuwingslamp wordt, wanneer gecodeerd, via een betreffend K-bustelegram van de luchtveringsregeleenheid (EHC) aan het combi-instrument geschakeld.
Als controle op de werking wordt, als gecodeerd, bij het inschakelen van klem 15 (Pre-Drive-Check) de waarschuwingslamp gedurende 2 seconden ingeschakeld.
Luchtvering: e waarschuwingslamp wordt, wanneer gecodeerd, via een betreffend K-bustelegram van de luchtveringsregeleenheid (EHC) aan het combi-instrument geschakeld.
Storing automatische transmissie: De waarschuwingslamp wordt, als de automatische transmissie is gecodeerd, via een betreffend telegram (150 baud) door de regeleenheid voor de automatische transmissie geschakeld. Via deze gegevensdraad wordt ook de ingeschakelde rijstand medegedeeld aan het combi-instrument, de dan de betreffende rijstand weergeeft.
Opmerking
De onderstaande controlelampen worden direct via de betreffende stekkerpennen door het betreffende systeem aangestuurd.
Oliedrukcontrolelamp: De oliedrukcontrolelamp wordt door de oliedrukschakelaar geschakeld.
Laadstroomcontrole De controlelamp wordt door de D+ klem 61 signaal (laadspanning ca. boordnetspanning) tegen het combi-instrument geschakeld.
Parkeerwaarschuwingslamp (parkeerrem): De waarschuwingslamp wordt door een schakelaar op de parkeerrem geschakeld. Bij losgelaten handrem is de schakelaar open.
Als controle op de werking wordt bij het inschakelen van klem 15 (Pre-Drive-Check) de waarschuwingslamp gedurende 2 seconden ingeschakeld.
Airbagcontrolelamp: De controlelamp wordt door een signaal (massa) van de airbagregeleenheid geschakeld.
Controlelamp antiblokkeersysteem: De waarschuwingslamp wordt door de ABS-regeleenheid geschakeld. Daar de controlelamp ook bij een uitgevallen signaaldraad moet branden, is voor deze controlelamp een tweede signaalingang op het combi-instrument aanwezig. Bij deze nieuwe ABS-regeleenheid moet deze tweede draad aan massa liggen, zodat de ABS-controlelamp brandt. De nieuwe functie, signaaldraad high (boordnetspanning) controlelamp brandt, signaaldraad low (massa) controlelamp brandt niet en signaaldraad high (hoogohmig, onderbroken) controlelamp brandt, duidt op een signaaldraad met een onderbreking. De oude functie, signaaldraad high (hoogohmig) controlelamp uit en signaaldraad low (massa) controlelamp brandt, is nog steeds mogelijk.
Katalysatorcontrolelamp (exportuitvoering Japan): De waarschuwingslamp "Te hoge temperatuur katalysator" wordt door een signaal (massa) door een thermoschakelaar in het uitlaatgasreinigingssysteem geschakeld.
Check engine (uitlaatgaswaarschuwingslamp): De waarschuwingslamp "Check engine" wordt door een signaal (massa) door de motorregeleenheid geschakeld.
Voorgloeicontrolelamp (diesel): De controlelamp "Voorgloeien" wordt door een signaal (massa) van de motorregeleenheid geschakeld.
Snelheidsregelaar inschakelcontrole: De inschakelcontrole "Snelheidsregelaar" wordt door een signaal (massa) van de regeleenheid van de snelheidsregelaar of bij dieselmotoren door de motorregeleenheid geschakeld.
Check engine (uitlaatgaswaarschuwingslamp): De waarschuwingslamp "ASC" wordt door een signaal (massa) door de motorregeleenheid geschakeld. Als het ASC is uitgeschakeld, wordt de waarschuwingslamp statisch ingeschakeld. Bij een ingeschakelde ASC dooft de controlelamp na de controle op de werking (Pre-Drive-Check) en knippert als het systeem is ingeschakeld.
Als controle op de werking wordt bij het inschakelen van klem 15 (Pre-Drive-Check) de waarschuwingslamp gedurende 2 seconden ingeschakeld.