Bandenpechmelding (RPA)

Dit waarschuwingssysteem (RPA) is een systeem dat de conditie van de banden tijdens het rijden controleert. De ABS-toerentalsensoren controleren de vier wieltoerentallen onafhankelijk van elkaar. De regeleenheid verwerkt de toerentalsignalen van de ABS-toerentalsensoren en stuurt zo nodig de betreffende informatie naar de bestuurder. Op deze wijze wordt de bestuurder over eventuele bandenpech geïnformeerd.

Omschrijving

De afkorting voor het systeem is veranderd: Nieuw: RPA oud: DWS

Beknopte beschrijving van het onderdeel

 

Regeleenheid

De regeleenheid wordt door een microprocessor gestuurd. De voeding en de activering vinden plaats via klem 15. De regeleenheid is in het dashboard achter het dashboardkastje aangebracht.

Standaardiseringstoets

De standaardiseringstoets bevindt zich in het instrumentenpaneel.

ABS-toerentalsensor

Reeds aanwezig.

Draadboom

De draadboom is voorzien van een 18-polige stekker en voorziet alle voedings-, signaal- en busdraden voor de regeleenheid van de motor van stroom.

Werking

Het systeem controleert de conditie van de banden tijdens het rijden. Door spanningsverlies in een band wordt de afrolomtrek van een wiel kleiner. Hierdoor wordt de rotatiesnelheid van het wiel hoger. Het waarschuwingssysteem voor bandenpech meet de wieltoerentallen en vergelijkt dit toerental met het toerental van het diagonaal daar tegenover liggende wiel. Het systeem berekent de gemiddelde wielsnelheid en herkent op deze manier spanningsverlies. Hierbij worden extreme omstandigheden zoals een felle acceleratie en hoge bochtsnelheden door de software herkend en gecorrigeerd. Het systeem werkt bij rijsnelheden boven 15 km/h. De ABS-toerentalsensoren detecteren de wieltoerentalsignalen en sturen deze via de DSC-regeleenheid naar de RPA-regeleenheid. De bestuurder bepaalt de te controleren bandenspanning. Via de standaardiseringstoets draagt hij het systeem op de werkelijke bandenspanning met de voorgeschreven bandenspanning te vergelijken. Het systeem berekent in het kader van het standaardiseringsproces automatisch de voorgeschreven bandenspanning Afhankelijk van de rijstijl en de omstandigheden kan dit leerproces tussen de 45 minuten en enkele uren duren. Het systeem is echter al na 10 minuten in staat een spanningsverlies van 50 % te herkennen. Naarmate het standaardiseringsproces vordert, worden de waarschuwingsgrenzen met 30 % ± 10 % van de spanning bij koude banden verhoogd. Via het instrumentenpaneel wordt de bestuurder over de bedrijfstoestand van het waarschuwingssysteem geïnformeerd.

Meldingen aan de bestuurder

 

Indicatie ”bandenpech” op combi-instrument (met CC-tekstuitvoer) of RPA-controlelampje in combi-instrument brandt rood

Het systeem heeft een afplatting van een band geregistreerd. De afplatting ligt boven een bepaalde grenswaarde (zie werking).

Indicatie ”bandencontrole inactief” op combi-instrument (met CC-tekstuitvoer) of RPA-controlelampje in combi-instrument brandt geel

Een door de RPA-regeleenheid gedetecteerde storing in het systeem. Deactiveren van het systeen door aantippen van de standaardiseringstoets bij de E39 M5. Bij het deactiveren wordt het geven van een waarschuwingsmelding onderdrukt.

Indicatie ”bandenspanning set” op combi-instrument (met CC-tekstuitvoer) of RPA-controlelampje in combi-instrument brandt gedurende 16 s geel

De standaardiseringsprocedure wordt ingeleid door de standaardiseringstoets gedurende 6 seconden in te drukken. Hiervoor mag de motor niet draaien en moet het contact aan staan.

Belangrijk!

Een standaardisering moet altijd worden uitgevoerd als de bandenspanning voor koude banden, de plaats van het wiel wordt gewijzigd en als nieuwe banden worden gemonteerd. Als dat niet het geval is kan een storingsmelding optreden.