Temperatuurregeling

 

Temperatuurrichtwaarde

De temperatuurkeuze wordt voor de bestuurder- en de passagierszijde door twee onafhankelijk van elkaar werkende temperatuurschakelaar ingesteld. De werkelijke waarden komen overeen met temperaturen die af kunnen wijken van de ingestelde richtwaarden.

Als de temperatuurrichtwaarde op de min- of max-waarde wordt ingesteld, wordt de temperatuurregeling uitgeschakeld. In de min-stand zijn beide verwarmingskranen dicht, en in de max-stand geopend.

Extra waterpomp

Om ook bij lage motortoerentallen de waterdoorlaat te waarborgen, is afhankelijk van de motorvariant en de montage van een warmtereservoir een extra elektrische waterpomp gemonteerd. Deze waterpomp zorgt voor een praktisch constante toerental-onafhankelijke koelvloeistofdoorstroming door de warmtewisselaar.

De extra waterpomp wordt ingeschakeld bij:

De extra waterpomp wordt uitgeschakeld bij: