De systeemtest maakt een eenvoudige, individuele controle van het instrumentenpaneel mogelijk (wijzerinstrumenten, display-meldingen, verlichting, waarschuwings- en controlelampen).
Oproepen van de testfunctie systeemtest:
De systeemtest wordt gestart met de linker knop op de instrumenten-combi (terugstelknop voor de dagkilometerteller). Hiertoe moet bij contactslot in stand "0" de knop worden ingedrukt en vastgehouden, het contactslot in stand "1" (kl. R radiostand) worden gedraaid en de knop daarna worden losgelaten. Nadat op het display " Test 1. " verschijnt moet de knop nogmaals worden ingedrukt, waardoor " Test 2. "verschijnt. Na korte tijd wijzigt de aanduiding in " Test 2.0 "; door nogmaals te drukken kan nu met de knop de systeemtest worden gestart.
Door een wisseling van klem van contactslot van stand "1" (kl. R radiostand) in stand "2" worden de tweekleurige controlelampen steeds geel, resp. rood aangestuurd. Na afloop van de systeemtest, kan de test herhaald worden door nogmaals op de knop te drukken.
Aangestuurd worden:
De controle- en waarschuwingslampen voor