Het Xenon-licht is net als bij conventionele koplampen redundant uitgevoerd; storingen of beschadigingen vlakbij een koplamp leiden niet tot bedrijfsstoringen van de andere koplamp.
Het grootlicht wordt zoals voorheen afgegeven door koplampen met halogeenlampen en wordt voor een beter zicht samen met het dimlicht ingeschakeld.
De Xenon-lichtregeleenheid wordt geproduceerd door Bosch, werd tot nu toe gemonteerd in de E38 en is niet tot zelfdiagnose in staat.
Pas op!
Bij alle tests en werkzaamheden aan het Xenon-licht moeten de veiligheidsbepalingen en voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht worden genomen. Het Xenon-licht koplampsysteem werkt met gevaarlijke hoogspanningen.
Het gehele Xenon-Licht systeem bestaat uit de componenten koplamp met D2-S lamp (gasontladingslamp) en het elektronisch voorschakelapparaat, dat voor de werking van de D2-lampen nodig is. Het elektrische voorschakelapparaat zelf bestaat uit een ontstekings- en een regeleenheid.
Het ontstekingsapparaat dient ervoor, de voor het aansteken van de lichtboog in de lamp noodzakelijke hoogspanning op te wekken. Door het veroorzaken van een ontstekingsspanning (18 tot 25kV) wordt tussen twee tegenover elkaar liggende elektroden in de D2 lamp door een zogenaamde impulsontsteking, een lichtflits opgewekt. Bij het constant branden bedraagt het vermogen van de D2 lamp 35 W, bij het net gaan branden maimaal 75 W. In vergelijking tot de halogeenlamp H1 is de lichtopbrengst van de D2 lamp bijna tweemaal zo hoog terwijl de vermogensopname ca. 30% lager is. De D2 lamp wordt bij een verkeerde voeding uit- en weer ingeschakeld.
Ingangsspanning |
Opmerking |
|---|---|
7,5 V - 16,5 V |
Bedrijfsspanningsbereik |
9,0 V - 16,5 V |
Ontsteking |
9,0 V - 16,5 V |
automatische herontsteking |
Kortstondige spanningsschommelingen leiden niet tot uitschakelen. De regeleenheid schakelt pas uit als de voeding minimaal gedurende 0,5 seconden buiten de bedrijfsspanningswaarde ligt. Bij het onbedoeld doven van de lamp vindt direct een herontsteking plaats Om een constant herontsteken bij een defecte lamp te voorkomen, is het aantal herontstekingspogingen tot vijf begrensd.
Via een geïntegreerd veiligheidspad is bij glasbreuk gegarandeerd dat bij het eventueel aanraken van het glas geen personen gewond kunnen raken.
Het veiligheidspad bestaat uit een voedings- en een retourdraad De beide draden worden via een vast geïnstalleerde kabelboom van stekker 2 van de regeleenheid via het ontstekingssysteem naar de koplamp geleid.
De voedings- en retourdraad vormen met de weerstanden in de besturingscomponent en de glasbreuksensor (weerstand op de koplamplens) een spanningsdeler. De retourdraad van de glasbreuksensor wordt via een Reed-contact geleid, die bij een aangebrachte afsluitkap gesloten is.
Als nu de afsluitkap wordt geopend, de stekker 2 op de regeleenheid wordt losgetrokken dan breekt de voor de ultraviolette stralen zittende lens of de draad van het veiligheidspad wordt onderbroken. Zo wordt het xenonlicht door de stuurcomponent uitgeschakeld.