Spiegelfuncties

 

Spiegelgeheugen-functies

Alle functies van de spiegels worden door de beide spiegelgeheugen-regeleenheden bestuurdersportier en passagiersportier (SPM-FT , SPM-BT), het geheugen van de spiegelschakelaar en het stoelgeheugen aangestuurd. De communicatie tussen de SPM-FT (bestuurdersportier), SPM-BT (passagiersportier) en het stoelgeheugen vindt plaats via de K-bus.

Functies:

Spiegelverstelling

De buitenspiegels worden elk d.m.v. een tweemotorige aandrijving in horizontale en verticale richting versteld. De aansturing wordt door de spiegelschakelaar ingeleid en door SPM-FT geëvalueerd. De aansturing van de betreffende buitenspiegel geschiedt in de bijbehorende SPM-FT resp. SPM-BT. De spiegelstanden worden vastgesteld m.b.v. potentiometers die in de spiegelaandrijving zijn ingebouwd.

Spiegelgeheugen

De SPM-FT en de SPM-BT zijn voorzien van een programma voor het spiegelgeheugen. Het opslaan van de spiegelstand heeft plaats in de stoelgeheugen-regeleenheid. Het bewaren van de stoel- en de spiegelstand heeft plaats vanaf klem R. Na het indrukken van de geheugentoets licht deze voor maximaal tien seconden op. Wordt gedurende deze tijd een van de geheugentoetsen (1, 2 of 3) ingedrukt, dan wordt de actuele stand op de gekozen geheugenplaats opgeslagen. Het oproepen van een geheugenplaats is vanaf klem 30 mogelijk. De SPM-FT, SPM-BT maakt naast de spiegelverstelfuncties ook het automatisch instellen van een spiegelstand mogelijk, die vooraf met één van de drie toetsen in het stoelgeheugen is opgeslagen. Daarnaast maakt de SPM-FT, SPM-BT ook het automatisch instellen mogelijk van één van de in de autosleutel opgeslagen standen.

Spiegel kantelen

De spiegel kantelen wordt via het achteruitrijsignaal (K-bus) door de SPM-BT uitgevoerd. Als bij ingeschakelde klem 15 de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt de rechter buitenspiegel na 1 seconde in een vastgestelde stand naar beneden gekanteld. De spiegelkanteling is alleen dan actief wanneer de rechts/links-schakelaar van de spiegelschakelaar in de bestuurderspositie staat. De spiegelkanteling wordt uitgeschakeld zodra het aanhangersignaal op de K-bus aanwezig is.

Spiegelverwarming

De spiegelverwarming wordt door de SPM-FT en de SPM-BT in de portieren aangestuurd. De verwarming is vanaf klem 15 actief.

De betreffende SPM schakelt bij een te lage spanning de spiegelverwarming uit. Uitschakelen bij 10,8 V en weer inschakelen bij 11,6 V.

Spiegels inklappen

Met de elektromotorische aandrijving voor het inklappen van de buitenspiegels (optie) kunnen de beide buitenspiegels tegen de rijrichting in worden ingeklapt. Door éénmaal indrukken van een toets in de spiegelschakelaar worden beide buitenspiegels ingeklapt resp. teruggeklapt.

Als de spiegelkop mechanisch van de aandrijving is losgemaakt (krachtsinwerking van buitenaf), kan door het eenmalig indrukken van de toets de aandrijving opnieuw in aangrijping komen. De spiegels worden in dit geval maximaal 15 seconden aangestuurd. Als de spiegel vóór het mechanisch losmaken was uitgeklapt, zal de spiegel (na het weer aangrijpen) door het opnieuw indrukken van de toets weer uitklappen.

Bij snelheden boven 30 km/h is het inklappen geblokkeerd. Het uitklappen is altijd mogelijk.

Om thermische overbelasting van de inklapaandrijving te voorkomen, treedt na 6 bedieningen binnen één minuut, gedurende drie minuten een herhalingsblokkering in werking.

Codering voorpassagier

Om ervoor te zorgen dat door de K-bus een onderscheid kan worden gemaakt tussen de SPM-FT en SPM-BT wordt via de draadbundel van de stoelen de ingang passagierscodering aan massa gelegd of opengelaten.