De positiesensoren zijn Hall-sensoren.
De positiesensoren van de schakelas zijn aan de bovenzijde van het gewijzigde achterste deel van het versnellingsbakhuis aangebracht.
Via de selectiehoeksensor wordt het gekozen schakelvlak herkend. Er zijn vier schakelvlakken mogelijk: Het schakelvlak R voor de achteruitversnelling, het schakelvlak voor de 1e/2e versnelling, het schakelvlak voor de 3e/4e versnelling en het schakelvlak voor de 5e versnelling.
Via de schakelwegsensor wordt in combinatie met de selectiehoeksensor de actuele versnellingsbakpositie herkend.
De positiesensoren worden door de in de SMG-regeleenheid opgewekte sensorvoedingsspanning (5 V) gevoed. Via een signaaldraad wordt het betreffende positiesignaal naar de SMG-regeleenheid gestuurd.