De keuzehendel dient voor het kiezen van de gewenste versnellingsbakfunctie en heeft zes mechanische standen.
De versnellingen worden sequentieel (achter elkaar) ingeschakeld. Door het snel meerdere malen aantippen van de hendel kunnen één of meerder versnellingen worden overgeslagen.
Door de hendel naar voren (-) te drukken wordt teruggeschakeld (b.v. terugschakelen van 5 naar, 4, van 4 naar 3 enz.). Door de hendel naar achteren te trekken (+) wordt opgeschakeld (b.v. van 1 naar 2, van 2 naar 3 enz.).
Door de keuzehendel vanuit de neutraalstand (N) in rijrichting te bewegen, kan de achteruitversnelling (R) worden ingeschakeld.
Door de keuzehendel in de richting C/M aan te tippen kan van de handmatige stand naar de M-stand, de City-stand, de C-stand worden geschakeld en omgekeerd.
De schakelconsole is voorzien van 7 Hall-sensoren om de standen te herkennen. Hierdoor kan de stand van de keuzehendel contactloos worden vastgesteld.
Een veerbelaste vergrendeling houdt de keuzehendel in de betreffende middenstanden, de O-stand en de stand voor achteruitrijden.
De keuzehendel wordt door de klem verbruikeruitschakeling (VA) gevoed.
De keuzehendelstand wordt via vier analoge verbindingen en een digitale verbinding naar de SMG-regeleenheid gestuurd.
Bij een storing bevindt de versnellingsbak zich continu in de automatische stand.