Het schuif-/kanteldak wordt aangestuurd door de schuif-/kanteldakmodule. De module bevat alle belastingscircuits en is rechtstreeks verbonden met de schuifdakaandrijving.
De indeling van het module t.o.v. de auto vindt plaats door de codering.
De schuif-/kanteldakmodule bevat de volgende componenten:
Het schuifdak wordt bediend met een schakelaar met vijf verschillende standen.
De vijf standen worden via drie stroomdraden doorgegeven aan de SHD-module (massasignaal).
Met het doordrukken in de schakelstand ”Openschuiven” of ”Sluiten” wordt de automatische stand ingeschakeld waarbij het schuif-/kanteldak geheel geopend of gesloten wordt.
Wanneer de schakelaar in de ”omhoog” bij geopend schuifdak wordt bediend verplaatst het dak zich automatisch tot de eindpositie ”omhoog op”. Deze procedure kan door een nieuwe bediening van de schakelaar worden onderbroken.
Twee positiesensoren (hallsensoren) registreren het aantal omwentelingen van de motor en bepalen aan de hand daarvan de stand van het schuifdak. Als de betreffende eindstand is bereikt, wordt de aandrijving uitgeschakeld
Aan de hand van de impulsen van de positiesensor en het opgenomen vermogen van de motor wordt voortdurend het koppel van de motor berekend. Als het koppel boven een bepaalde waarde komt, wordt dit als klemmen geregistreerd. De karakteristiek voor de inklembeveiliging is in de codeergegevens vastgelegd. Deze worden bij de codering in de regeleenheid ingeschreven.
De inklembeveiliging is actief in de richting ”Sluiten”, bij een schuifdakopening van > 4 mm en <200 mm. Hij is zowel actief bij het normaal sluiten (schakelaar niet doorgedrukt) als bij het automatische sluiten en comfortsluiten van het schuifdak. Als de schakelaar in de richting sluiten wordt doorgedrukt en vast wordt gehouden, wordt de inklembeveiliging bij een storing gedeactiveerd.
Als wordt geregistreerd dat een voorwerp wordt ingeklemd, wordt het sluiten onderbroken en wordt het schuifdak gedurende 1 seconde geopend.
Belangrijk!
Bij een schuifdakopening kleiner dan 4 mm is de inklembeveiliging niet meer actief.
De initialisatie van het schuif-/kanteldak bevat het registreren van de mechanische eindstanden (normering) en het aanleren van de karakteristiek voor de inklembeveiliging.
Bij SHD-modulen met de Diagnose-index 01 en 02 is de referentielijn voor de inklembeveiliging via codeergegevens vastgelegd. Er is geen zelfstandige procedure voor het aanleren van de karakteristiek nodig.
Bij SHD-modulen met de Diagnose-index 03 moet de referentielijn na het normeren via een speciale procedure door de module worden geleerd.
Daar de positiezender in het schuifdakmodule is ingebouwd, heeft deze geen vaste toekenning tot het schuifdakmechanisme. Om deze toekenning te verkrijgen moet het module de mechanische eindaanslagen registreren en intern in het geheugen opslaan. Deze procedure noemt men normering. Bij een schuif-/kanteldak dat niet genormeerd is zijn alleen de functies ”Sluiten” en ”Kantelen” uitvoerbaar.
De normering wordt uitgevoerd, als het schuifdak in de mechanische aanslag van de positie ”gesloten” of ”omhoog” wordt gezet. De aanslag wordt na ca. 1 seconde herkend.
Na reparatiewerkzaamheden aan het schuifdak moet indien nodig opnieuw een normering worden uitgevoerd. Breng voor de normering het schuif-/kanteldak in de eindpositie ”kantelen”.
Houd na het bereiken van deze stand de schakelaar in de stand ”Kantelen” minimaal 15 seconden ingedrukt. De oude gegevens worden gewist en de nieuwe normeringswaarden worden opgeslagen. Een korte activering van de SHD-aandrijving geeft aan dat de normering is uitgevoerd.
Opmerking: Als het schuifdak voor het bereiken van de eindstand stopt, moet de schakelaar ingedrukt blijven en moet minimaal 15 seconden worden gewacht (wissen van de normeringswaarden). Het dak gat verder open of kantelt. Als het schuifdak de eindstand bereikt moet de schakelaar nog 1 seconde ingedrukt blijven.
Bij SHD-modulen met Diagnose-index 03 moet na de normering de referentielijn voor de inklembeveiliging worden geleerd.
Het leren van de referentielijn vindt plaats met de volgende procedure: Na het normeren de bedieningsschakelaar loslaten en binnen 5 seconden opnieuw ”kantelen” indrukken en ingedrukt houden. Na ca. 5 seconden wordt het schuifdak volledig geopend en volledig gesloten. Hierbij worden de mechanische krachten in het systeem bepaald.
Tijdens de gehele procedure mag de schakelaar niet worden losgelaten.
Wanneer de positie ”schuifdak gesloten” is bereikt, is het leren van de referentielijn afgesloten. De bedieningsschakelaar kan vervolgens worden losgelaten.
Belangrijk
Om te waarborgen dat de inklembeveiliging betrouwbaar functioneert moet na alle reparatiewerkzaamheden aan het schuif-/kanteldak een normering en een leerprocedure van de referentielijn worden uitgevoerd!
Overeenkomstig de elektrisch bediende portierruiten kan ook het schuif-/kanteldak met het vergrendelen of ontgrendelen van de auto worden geopend of gesloten.
Een comfortopening vindt plaats als de slotcilinder langer dan 3 seconden in de stand ”Ontgrendelen” wordt gehouden of als de betreffende toets van de afstandsbediening voldoende lang ingedrukt wordt gehouden.
Een comfortsluiting vindt plaats als de slotcilinder langer dan 2 seconden in de stand ”Vergrendelen” wordt gehouden of als de betreffende afstandsbediening lang genoeg ingedrukt wordt gehouden.
Deze functies kunnen door codering worden in- of uitgeschakeld.