Bij de M-modellen wordt in plaats van de brandstofverbruiksmeter een olietemperatuuraanduiding in het instrumentenpaneel toegepast.
De in het instrumentenpaneel weergegeven olietemperatuur wordt berekend door een moduul die hierbij gebruik maakt van de koelvloeistoftemperatuur uitstroomkant van de radiateur, de olietemperatuur van de oliepeilsensor, de koelvloeistoftemperatuur van de motor, de omgevingstemperatuur en de temperatuur van de inlaatlucht.
Zelfdiagnose van het instrumentenpaneel uitvoeren.
Bij de zelfdiagnose van het instrumentenpaneel er op letten of de olietemperatuuraanduiding correct verloopt. Als dit niet het geval is, moet de het instrumentenpaneel worden vervangen.
Bij een onjuiste olietemperatuuraanduiding, met daarnaast de Check-Control- melding ”Oliepeil motor controleren”, moet als volgt worden gehandeld:
Bij een onjuiste olietemperatuuraanduiding zonder extra Check-Control-melding ”Oliepeil motor controleren”, moet als volgt worden gehandeld: