De S62 motor met MSS52 is voorzien van een geregeld VANOS-systeem voor de inlaat en de uitlaat, de zgn. dubbele-VANOS. Het VANOS-systeem dient ter vergroting van het koppel in het lagere en middelste toerentalgebied. Door een kleinere klepoverlap komen er geringere hoeveelheden restgassen vrij bij het stationair draaien. Door de interne uitlaatgasrecirculatie in het deellastgebied wordt de hoeveelheid stikstofmonoxide gereduceerd. Er wordt een snellere verhitting van de katalysatoren, lagere directe uitstoot na de koude start en een reductie van het brandstofverbruik bereikt.
De totaal mogelijke verstelling van de nokkenassen bedraagt voor zowel de inlaat- als de uitlaatnokkenas 30 nokkenasgraden resp. 60 krukasgraden. Daarmee wordt een verstelling van de inlaatnokkenas mogelijk in een gebied van 74 krukasgraden tot 134 krukasgraden. Voor de uitlaatnokkenas ligt de verstelling tussen -136 krukasgraden en -76 krukasgraden.
De VANOS voor de S62 bestaat voor elke nokkenas van een cilinderrij uit:
- nokkenaskettingwiel
- nokkenas met getande bus
- mechanische versteleenheid
Aan de hand van het toerental en het belastingsignaal wordt afhankelijk van de inlaatlucht- en motortemperatuur de benodigde stand van de inlaat- en uitlaatnokkenas berekend en het VANOS-mechanisme door de motorregeleenheid aangestuurd. De mechanische versteleenheid werkt met een oliedruk van 100 bar.
De versteltijd voor de maximale verstelweg bedraagt ca. 200 ... 300 milliseconden bij een olietemperatuur tussen 20 graden ... 80 graden.
De inlaat- en uitlaatnokkenassen kunnen binnen het maximale verstelbereik traploos variabel worden versteld. Als de betreffende optimale stand van de nokkenas is bereikt, wordt door de elektromagnetische klep het olievolume in de verstelcilinder in beide kamers constant gehouden, zodat de nokkenassen in de overeenkomstige standen blijven staan.
Iedere nokkenas heeft een nokkenaspositiesensor, in de vorm van een hallsensor. De positiesensor is aan de vliegwielzijde van de cilinderkop bij cilinder 4 resp. 8 gemonteerd. Deze sensor geeft de actuele stand van de nokkenas door aan de DME-regeleenheid. Hier wordt continu een vergelijking tussen de richtwaarde/werkelijke waarde uitgevoerd.
Het signaal van de krukaspositiesensor dient daarbij als referentiesignaal.
De optimale instelling van de nokkenas is voor verschillende bedrijfstoestanden in meerdere referentievelden vastgelegd. Grootheden voor het bepalen van de instelling van de nokkenas zijn motortoerental, belastingssignaal en de temperatuur van de aangezogen lucht en de koelvloeistof.
Het VANOS-systeem is geschikt voor volledige diagnose. Wanneer tijdens het draaien van de motor een storing optreedt, dan wordt de betreffende storingscode in het DME-storingsgeheugen opgeslagen. Als de VANOS niet meer kan worden aangestuurd, wordt een motornoodprogramma ingeschakeld.
Om de werking te testen en om storingen op te sporen biedt het diagnoseprogramma de mogelijkheid, via de tester het VANOS en de magneetklep aan te sturen.