Uitlaatgasklep DDE 6
De uitlaatgasklep sluit bij de aansturing door de DDE-regeleenheid een achterste uitlaatpijp.
De DDE stuurt een drukomvormer aan, die de uitlaatgasklep d.m.v. vacuüm sluit.
Werking
De uitlaatgasklep wordt afhankelijk van de bedrijfstoestand gesloten, voor een verbetering van de akoestiek.
De uitlaatgasklep wordt bij de volgende toestanden gesloten:
- als de regeneratie van het roetfilter niet actief is:
bij 1100 1/min < toerental < 2200 1/min en inspuithoeveelheid < 30 mg
- indien roetfilter-regeneratie actief:
bij toerental < 2200 1/min, onafhankelijk van de inspuithoeveelheid bei 2200 1/min < toerental < 2400 1/min en inspuithoeveelheid < 40 mg bei 2400 1/min < toerental < 2600 1/min en inspuithoeveelheid < 30 mg bei 2600 1/min < toerental < 2750 1/min en inspuithoeveelheid < 25 mg
Handeling bij storing
Wanneer in de aansturing van de omschakelklep een storing wordt gedetecteerd, wordt een overeenkomstige storing in het geheugen opgeslagen: