De communicatie tussen de actieve snelheidsregeling en de bijbehorende systemen gebeurt uitsluitend door een gegevensuitwisseling via de bussystemen.
De interface wordt door het versturen van speciale controlegegevens, vergelijkingscontrole van de boodschappen en door Time-outs bewaakt.
De interface dient voor het overbrengen van het gewenste koppel naar de motorregeling. Daarnaast worden de relevante motorgegevens naar de actieve snelheidsregeling overgebracht.
Zodra de motorregeling voor het eerst een koppelverzoek van de actieve snelheidsregeling ontvangt, wordt de motorregeleenheid automatisch gecodeerd. De standaard codering voor de snelheidsregeling wordt overgeschreven.
De volgende signalen worden overgebracht:
Het actuele motorkoppelverzoek wordt overgebracht.
De interface dient voor het overbrengen van het gewenste koppel naar de dynamische stabiliteitsregeling. Daarnaast worden de remstatusgegevens en rijdynamiekgegevens naar de actieve snelheidsregeling overgebracht.
Zodra de dynamische stabiliteitscontrole voor het eerst een verzoek om af te remmen van de actieve snelheidsregeling ontvangt, wordt de dynamische stabiliteitscontrole automatisch gecodeerd.
De volgende signalen worden overgebracht:
Het actuele vertragingsverzoek wordt overgebracht.
De interface dient voor het overbrengen van de actuele regelstatus naar de transmissieregeling. Bij de regeling worden speciale schakelkarakteristieken gebruikt, die het schakelcomfort vergroten. Dit heeft geen invloed op de veiligheidsfuncties.
Niet nodig
De volgende signalen worden overgebracht:
De actuele bedrijfstoestand wordt overgebracht. Deze wordt gebruikt voor het kiezen van de schakelkarakteristieken.
Het instrumentenpaneel zorgt voor de aanduidingsfuncties voor de actieve snelheidsregeling. Systeemuitvallen van de Check-Controlmelding uitgegeven. Bij bepaalde meldingen klinkt bovendien een specifieke gong.
Zodra het instrumentenpaneel voor het eerst een weergaveverzoek van de actieve snelheidsregeling ontvangt, wordt het instrumentenpaneel automatisch gecodeerd.
De volgende signalen worden overgebracht:
De volgende signalen worden overgebracht:
De informatie voor het uitschakelen van de radar wordt doorgegeven.
Niet nodig
De Controller kan een uitschakelwens overbrengen.
Een akkoordsignaal wordt gestuurd.
De informatie over de status van klem 15 wordt doorgegeven.
De informatie of een aanhanger aangesloten is wordt doorgegeven.
De bediening van de stuurkolomschakelaar wordt overgebracht. Daarnaast wordt het actuele stuurhoeksignaal doorgegeven.
De bediening van de parkeerrem wordt overgebracht.