ARS regeleenheid vervangen
Vanaf september 2003 wordt in de 7-serie 7 E65 de verder ontwikkelde DYNAMIC DRIVE (ARS)-regeleenheid uit de 5-serie E60 ingebouwd. Vanaf deze datum worden alleen nog DYNAMIC DRIVE (ARS)-regeleenheden van de E60 als nieuw onderdeel geleverd.
Bij vervanging moet op het volgende worden gelet:
- De stekkerpinnen 9 en 10 zijn in de nieuwe DYNAMIC DRIVE (ARS)-regeleenheid op massa aangesloten. De pinnen 21 en 22 worden niet gebruikt.
- De pinnen 9 en 10 mogen vanaf de nieuwe DYNAMIC DRIVE (ARS)-regeleenheid niet meer op de draadbundel worden aangesloten.
- Bij de draadbundel, die t/m 12-04-2002 werd ingebouwd, zijn op deze twee pinnen nog de vier wieltoerentalimpulsen aangesloten. Daarom moeten bij de inbouw van de nieuwe DYNAMIC DRIVE (ARS)-regeleenheid met deze draadbundel de vier signaaldraden uit de ARS-stekker worden verwijderd.
Bij de vervanging moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:
- Losmaken van de vier wieltoerentaldraden, pinnen 9,10,21,22, uit de ARS-stekker.
- Terugbinden van de 4 draden en isoleren. Zie bijbehorende reparatiehandleiding: ”Regeleenheid DYNAMIC DRIVE (ARS) uit- en inbouwen”
Als de draden niet worden losgemaakt, worden de door de DSC-regeleenheid opgewekte wieltoerentalsignalen gestoord. In de systemen DME en CAS worden de volgende storingen opgeslagen:
Regeleenheid
|
Storingsnaam
|
Gevolg
|
DME
|
2788 Rijsnelheid
|
Schokken
|
CAS
|
A0B5 Wieltoerentalsensor
|
geen
|