De volledig elektrisch stuurkolomverstelling maakt het de bestuurder mogelijk een aangename stand van het stuurwiel in te stellen. Daartoe kan de stuurkolom met een elektromotor in twee vlakken worden bewogen. De bestuurder kan met de stuurkolom-verstelschakelaar de stuurkolom handmatig afstellen. Qua lengte en qua hoek. In het stoelgeheugen kunnen verschillend posities van de stuurkolom worden opgeslagen en opgeroepen. De stuurkolom neemt dan de opgeslagen positie in. Bij de instapautomaat (in- en uitstappen) gaat de stuurkolom naar de voorste en bovenste stand. Na de deactivering van de instapautomaat gaat de stuurkolom weer naar de oorspronkelijke stand terug.
Regeleenheden
De functie Volledig elektrische stuurkolomverstelling is in de Chassis Integration Module (CIM) geïntegreerd. De CIM-regeleenheid stuurt de motor-overbrengingseenheid voor de verstelling in lengte en hoek van de stuurkolom.
De stoelmoduul bestuurder (SM_FA) slaat en beheert de geheugenstanden. Bij het oproepen vanuit het geheugen worden de coördinaten voor de stuurkolom door de regeleenheid SM_FA via het K-CAN SYSTEEM naar de CIM-regeleenheid gestuurd.
Elektromotor verstelling in lengterichting stuurkolom
De elektromotor voor de verstelling in lengterichting van de stuurkolom verstelt de stuurkolom via een overbrengingseenheid in lengterichting.
Elektromotor verstelling hoek (kanteling) stuurkolom
De elektromotor voor de verstelling van de kanteling (hoek) van de stuurkolom verstelt de kanteling (hoek) van de stuurkolom via een overbrengingseenheid.
Stuurkolom-verstelschakelaar
De bestuurder kan met de stuurkolom-verstelschakelaar de stuurkolom handmatig verstellen. De stuurkolom-stelschakelaar stuurt de informatie voor de lengte- en hoekverstelling van de stuurkolom via het schakelcentrum stuurkolom (SZL), de BYTEFLIGHT, de veiligheids- en informatiemodule (SIM) en het K-CAN SYSTEEM naar de CIM-regeleenheid.
Contact bestuurdersportier via het K-CAN SYSTEEM
Het contact van het bestuurdersportier stuurt zijn signaal via het Car Access System (CAS) en het K-CAN SYSTEEM naar de CIM-regeleenheid. Het signaal is nodig voor de instapautomaat.
Handmatige stuurkolomverstelling
De handmatige verstelling wordt door de bestuurder uitgevoerd door middel van de stuurkolom-verstelschakelaar. Het signaal wordt via het K-CAN SYSTEEM door de CIM-regeleenheid ontvangen. Het signaal ”Bediening stuurkolomverstelling” wordt bij geactiveerde verstelschakelaar cyclisch verstuurd. Als de schakelaar niet meer bediend wordt, wordt het signaal ”Niet bediend” één keer verstuurd. De CIM-regeleenheid stuurt de betreffende servomotor aan zolang het signaal ontvangen wordt en stopt bij het signaal ”Niet bediend”. Als het cyclische verstelsignaal twee keer niet verschijnt, wordt de stuurkolomverstelling eveneens gestopt.
Automatische stuurkolomverstelling als memory-oproep
De stand van de stuurkolom wordt per servomotor door één Hall-sensor gedetecteerd doordat uitgaande van de betreffende beginstand de relatieve weg wordt gemeten en opgeslagen. Deze coördinaten kunnen via het K-CAN SYSTEEM in de stoelmodule bestuurder (SM_FA) opgeslagen worden. Bij een memory-oproep worden de opgeslagen coördinaten naar de CIM-regeleenheid gestuurd. De CIM-regeleenheid stuurt de servomotor zolang aan totdat de opgeslagen stand van de stuurkolom is bereikt.
Automatische stuurkolomverstelling als instapautomaat
Bij activering van de instapautomaat wordt het volgende proces gestart:
1. De hoekverstelling gaat naar de bovenste stand. 2. De langsverstelling gaat naar de voorste stand (rijrichting).
De aansturing van de instapautomaat is van de volgende signalen afhankelijk:
- Klem_R, komt van het Car Access System (CAS) - Klem_15, komt van het Car Access System (CAS) - signaal contact bestuurdersportier
Deze signalen worden via het K-CAN SYSTEEM door de CIM-regeleenheid ontvangen. De instapautomaat wordt geactiveerd als:
de uitschakeling van Klem_15 en Klem_R plaatsvindt Klem_15 bij geopende bestuurdersportier uitgeschakeld wordt, het bestuurdersportier na uitschakeling van Klem_15 geopend wordt (echter Klem_R = in).
De instapautomaat wordt gedeactiveerd als Klem_15 geactiveerd wordt. De normale stuurkolomstand wordt weer ingesteld.
Belangrijke opmerking!
Bij een spanningsdaling tot onder 7,5 V worden de opgeslagen positiegegevens van de stuurkolom in de CIM-regeleenheid ongeldig. De storing 5D38 positiegegevens stuurkolom wordt in het storingsgeheugen opgeslagen. De opgeslagen stuurkolompositie kan niet meer uit het stoelgeheugen opgeroepen worden. Als de boordspanning weer de normale waarde bereikt, regenereert de CIM-regeleenheid zich zelf. De positiegegevens zijn weer geldig. De geheugenpositie van de stuurkolom moet echter opnieuw in het stoelgeheugen opgeslagen worden. Storingsgeheugen wissen.