Energiediagnose
Uitvoeren van de energiediagnose
Pech door een lege accu of problemen in het energieboordnet kunnen de meest uiteenlopende oorzaken hebben, die in de meeste gevallen niet aan de accu zelf liggen. Om deze reden zal het vervangen van de accu alleen in uitzonderlijke gevallen het probleem permanent verhelpen. De testmoduul energiediagnose helpt u de oorzaak opsporen.
Resultaat van de energiediagnose
De testmoduul leest alle noodzakelijke gegevens uit de betreffende regeleenheden (zie verder hieronder) en toont na het analyseren van deze gegevens de volgende informatie:
- Opvallende informatie: Deze informatie wordt alleen weergegeven, als er een probleem in het energieboordnet is. De hoeveelheid informatie varieert.
Bijvoorbeeld: De auto slaapt niet in (inslaapverhindering), de auto wordt telkens weer gewekt, het stadslicht was te lang ingeschakeld, enz.
- Standaardinformatie: Deze informatie kan altijd worden weergegeven (analyse van de ruststroomcontrole, informatie over de accu zoals de laadtoestand over de laatste 5 dagen, rijprofiel, stilstandprofiel).
Op basis van deze informatie kan dan worden beslist om welke oorzaak het bij een optredende storing daadwerkelijk gaat.
Overzicht van de mogelijke oorzaken
Een storing door een lege accu of een probleem in het energieboordnet is niet altijd terug te voeren tot een defecte accu. De accu kan in vele gevallen ongeacht de oorzaak worden beschadigd. De diverse oorzaken kunnen in twee hoofdcategorieën worden onderverdeeld:
- Storingen aan de auto:
- De auto slaapt niet in.
- De auto wordt steeds weer gewekt.
- Te hoge ruststroom.
- Defecte dynamo.
- Defecte accu.
- Ongunstig klantengedrag:
- Stadslicht, parkeerlicht of waarschuwingsknipperlichten waren te lang ingeschakeld
- Klem R of klem 15 waren te lang ingeschakeld.
- Lange stilstandtijd.
- Ongunstig rijgedrag.
Uitgelezen en geanalyseerde gegevens van de auto
Bij de energiediagnose worden de geanalyseerde gegevens in de auto niet gewijzigd.De energiediagnose kan daarom meerdere keren worden uitgevoerd en levert normaal gesproken steeds hetzelfde resultaat.
De energiediagnose levert normaal gesproken ook na een reparatie hetzelfde resultaat, omdat de gegevens nog in de auto aanwezig zijn. Alleen wanneer een wekker-analyse is doorgevoerd, is het deel ”wekker-registratie” door het energiehistoriegeheugen gewist. Ook nadat het storingsgeheugen is gewist, zijn de gegevens uit het energiehistoriegeheugen nog opgeslagen. Echter nadat de energiehistoriegeheugen met nieuwe gegevens is overschreven, wordt de reeds verholpen storingsoorzaak niet meer als resultaat van de energiediagnose aangegeven.
De geanalyseerde gegevens zijn de volgende:
- Energiehistoriegeheugen in de JBE (koppeldoos elektronica)
In het energiehistoriegeheugen (Opmerking: niet te verwisselen met het historiegeheugen voor de storingsopslag) wordt informatie opgeslagen, die bij het zoeken naar de oorzaak van problemen in het energieboordnet kunnen helpen. De opgeslagen informatie van het energiehistoriegeheugen is het volgende:
- Het maximum aantal malen wekken binnen een rustpauze (klem R uit) voor de laatste vijf weken
- De laatste 5 regeleenheden die het inslapen van de auto hebben verhinderd (met de kilometerstand van de betreffende gebeurtenis)
- Het rijprofiel van de laatste 5 weken
- De laatste 50 CAN-berichten die de K-CAN-bus hebben gewekt (met de kilometerstand van de betreffende gebeurtenis)
- Storingsgeheugen in de JBE
De oorzaken voor het Power-Down-commando of de reset resp. de uitschakeling van de klem 30g-f worden in de JBE opgeslagen. Er zijn de volgende storingsgevallen:
- De accu heeft bij klem R uit de startcapaciteitsgrens bereikt.
- De auto is 10 minuten na uitschakeling van klem 30g nog niet in de ruststand.
- De auto is na uitschakeling van klem 30g meer dan 20 maal onverwacht gewekt.
- Diagnose-opvragen van de DME/DDE
De DME/DDE slaat verschillende gegeven op die voor de energiediagnose worden gebruikt:
- De laatste 32 cycli van de ruststroombewaking of het ruststroomhistogram zijn in het geheugen opgeslagen
- De laatst geregistreerde accuvervanging
- De betreffende laadtoestand van de accu in de laatste 5 dagen
- De kilometerstanden van de laatste 5 dagen
- De ingeschakelde continuverbruikers tijdens de laatste 32 cycli: bijvoorbeeld verlichting of standverwarming.
- Storingsgeheugen van de DME/DDE
De DME/DDE slaat een storingsinvoer bij verlies van de ruststroom en een lege accu op.
- Storingsgeheugen in de FRM (beenruimtemoduul)
De FRM is verantwoordelijk voor de aansturing van de verlichting. Bij klem R uit schakelt de FRM de stads- of parkeerlichten uit, als de spanning onder circa 11 V daalt. Bij de uitschakeling wordt een storingsinvoer opgeslagen.
Bij te lage spanning slaat de LM een storingsinvoer op. Uit de omgevingsparameters kan worden vastgesteld of klem R, klem 15 of een wettelijke verbruiker (bijv. verlichting of waarschuwingsknipperlichten) was ingeschakeld.