Het systeem met een camera in de buitenspiegel aan passagierszijde voldoet aan de MLIT Announcemet 619/2002 (Safety Regulations for Road Vehiclse) in de X5. Volgens deze wet moet de bestuurder de mogelijkheid hebben een testobject met een diameter van 0,3 m en een hoogte van 1 m dat aan de voorzijde en aan passagierszijde direct langs de wagen wordt bewogen, gedeeltelijk te zien.
De camera in de buitenspiegel geeft het beeld naar beneden, vanaf de onderzijde van de spiegel, op het centrale informatiedisplay (CID) weer. Het gezichtsveld van de camera reikt minimaal vanaf het voorwiel tot het midden van de wagen. Op het beeld is dan minimaal 30 cm vanaf de zijkant van de wagen te zien. Deze functie moet bij voorkeur voor alle andere weergaven, die bij stilstand mogelijk zijn (bijv. televisie, boordcomputer, navigatie), worden weergegeven.
De videoswitch wordt tussen de headunit (CCC) en de CID geplaatst. De videoswitch schakelt om tussen de videobronnen, headunit en buitenspiegelcamera. De weergave van de buitenspiegelcamera kan met een toets worden ingeschakeld. Onder bepaalde omstandigheden wordt de weergave van de camera uitgeschakeld en wordt het beeld van de headunit weer weergegeven. Weergaven van de headunit met een hogere prioriteit worden ondanks ingeschakelde buitenspiegelcamera op het CID overgedragen. Een voorbeeld is het indrukken van de SOS-toets
De volgende onderdelen voor de buitenspiegelcamera worden beschreven:
De buitenspiegelcamera wordt in de buitenpiegel aan passagierszijde gemonteerd.
De toets voor het activeren van de buitenspiegelcamera is in de SZM ondergebracht. De IHKA bevestigt de status van de toets. Via de CAN-Bus wordt de status van de videoswitch overgedragen.
De volgende regeleenheden nemen aan de functie buitenspiegelcamera deel:
De videoswitch is het centrale onderdeel van het systeem. Hij voorziet de camera van stroom en vormt het FBAS-signaal van de camera om in een LVDS-signaal. Al naar gelang de behoefte wordt hetzij het camerabeeld of het beeld van de headunit aan het CID doorgegeven.
De headunit zendt zijn beeld altijd naar de videoswitch. Het speelt hierbij geen rol of het beeld van de headunit op de CID wordt weergegeven of niet.
Het CID ontvangt de beeldinformatie van de videoswitch. Afhankelijk van de prioriteit wordt het beeld van de buitenspiegelcamera of het beeld van de headunit aan het CID doorgegeven.
De volgende systeemfuncties zijn voor de buitenspiegelcamera beschreven:
De spanningsvoorziening van de camera vindt via de videoswitch plaats. De benodigde spanning wordt in de videoswitch opgewekt
De spanningsvoorziening van de videoswitch vindt via de stroomverdeler voor plaats. De stroom wordt via klem 30 g geschakeld.
De camera moet niet worden afgesteld!
Het systeem voor het diagnosticeren inschakelen.