Bevestiging achterste schuifdakhemel

Reparatieaanwijzing bij bevestiging van achterste schuifdakhemel

Schuifdakhemel op correcte bevestiging controleren.

  1. Achterste paneel van glazen schuif-/kanteldak uitbouwen.
  2. De schuifdakhemel in de voorste positie brengen.
  3. De 4 bevestigingsbouten van de schuifdakhemel losdraaien.
    De schuifdakhemel moet beweegbaar zijn.
    Opmerking:
    De draadveren aan de linkerzijde mogen niet worden ingeklemd of onder de kraagbout springen!
  4. De schuifdakhemel in de achterste positie schuiven en vervolgens weer naar voren, tot circa 2 cm vóór de voorste positie.
  5. De 4 bevestigingsbouten van de schuifdakhemel weer vastzetten.
    Opmerking:
    De controlerail links moet in zijdelingse richting kunnen worden bewogen en correct vergrendelen. De draadveren moeten zichtbaar zijn. Zie afbeelding 1.
  6. Achterste paneel van glazen schuif-/kanteldak weer inbouwen.
  7. Functietest uitvoeren.

Afb. 1

GR_FB5407052

Draadveer (1) in correcte positie.